Diamond
Over Diamond
Ik was een beetje een achterblijvertje toen ik bij mijn opvangmensen aankwam. Ik woog wat minder als mijn zusjes, en had ook veel meer slaap nodig. Mijn zusjes waren ook dikwijls als eerste bij het eten, en ik kon er dan moeilijker bijkomen. Dat hebben mijn opvangmensen prima opgelost door mij apart eten te geven tot ik sterk genoeg was om voor mezelf op te komen.
Als ik dan toch wakker was, ging ik nog het liefst op ontdekkingstocht. Ik was de eerste die het hele huis gezien had, en ik moest dan ook direct alles aan mijn zusjes vertellen. Ik vond ook steeds een gaatje om uit onze bench te ontsnappen. Totdat mijn opvangmensen kippengaas rond de bench gespannen hebben.
Wat ik ook goed kan, is van mij laten horen. Als ik iets nodig heb, of als ik honger heb. Of als iemand mij pest. Of als ik eten zie staan waar ik niet aankan. Dan huil ik alsof mijn leven ervan afhangt.
Maar nu ben ik sterk genoeg om mijn mannetje (pardon, vrouwtje) te staan! Ik moet niet meer onderdoen voor mijn zusjes, en geef ze zelf regelmatig op hun donder. Maar goed ook, want waar ik naartoe ga, hebben ze al twee grote katten."