Jip
Over Jip
Mijn lieve, lieve Jip.
Je bent bij ons in december 2006 in de opvang gekomen. Je was samen met je zusje ernstig ziek. We zouden alles doen om jullie beiden erdoor te halen. We hebben ook alles gedaan. Heel lang ging het op en neer, dan wel goed, dan ineens weer niet goed.
Roosje ging opeens echt beter maar jij bleef achter. Er werd een laatste kans gegrepen, we hadden ook al alles geprobeerd. Bij de dierenarts werd je aan het infus gelegd en onder zware medicatie gezet. Als dit niet zou helpen, zou er niets meer helpen. Je werd niet beter. Maar we bleven hopen.
Toen kwam het slechte nieuws dat niet alleen het calicivirus jou te pakken had, maar je nieren waren grotendeels gestopt met werken. Ineens viel alle hoop weg, ineens werd het stil. Ineens werd het duidelijk dat je er niet lang meer zou zijn. Er werd besloten je onder pijnstillers te zetten en als de moment zou komen, dat we jou vredig laten gaan. Dat gaan we ook doen, lieve Jip.
Ik heb je terug mee naar huis genomen en heb je ƩƩn belofte gemaakt: ik ga je nog laten genieten zoals je nog nooit genoten hebt.
Ik heb je ook geadopteerd al had je hier eigenlijk al lang je gouden mandje gevonden. Al lang was je een van ons, al lang hoorde je bij deze familie. Je hebt me al zoveel liefs gegeven, je bent nooit gestopt met vechten, altijd sta je klaar om te knuffelen.
Mijn lief Jippeventje, mijn trollenventje, we gaan er samen doorheen, samen zijn we sterk. En ook al moet ik binnenkort van je afscheid nemen, ik weet dat we ooit mekaar zullen terug zien, daar over de regenboogbrug.
En dat Jip, is mijn enige troost.
Ik hou van je, liefs, Sandrine.