Jozefien
Over Jozefien
Deze nieszieke poes werd bij de meldster in de voortuin gedumpt in een krat met een deken er overheen gespannen mbv. snelbinders.
Iew, iew, eh, keh, eh
Ik-rek-me-even uit.
Ja, jullie zijn journalisten? Wat, ik moet iets over mezelf vertellen? Moet dat nu, want deze tijd hikt aan tegen etenstijd. Duurt maar even? Ja, iew, wat moet ik zeggen. Mijn levensverhaal? Heb je een uurtje? Jullie overvallen me wel, net zoals mijn verleden me overvallen heeft.
Ik heb in Zuid Frankrijk nog gewerkt als wijnboerin, je kent dat wel: alle druiven in een ton en maar met je blote voetjes stampen. Maar ik had zweetvoeten! Kan ik niet helpen dat er geen airco in die dingen zit.
Geen baan meer, dus dat werd een zwerversbestaan. Ik zat bij winkels, restaurants, ik probeerde elke dag mijn kostje bijeen te krijgen, ik werd zelfs ziek, maar ik moest doorgaan. Die drive weet je wel.
Toen kwam die zwarte bladzijde in mijn leven: ik werd gegrepen door een grote mensenhand. Eerst dacht ik nog: ahhh, wat gezellig, ze nemen me binnen, maar het tegendeel werd waarheid.
Ik onderging alles, ik hoopte maar dat ik iemand een kopje kon geven, iedereen is lief. Maar jemig, ik werd ergens in gestoken en het werd donker, ik kon er ook niet uit, ik heb het echt geprobeerd. Ik voelde beweging en toen een knal en stilte.Iew, ieewwwww, geen enkel respons.
What the hell? Ik deed toch niemand kwaad, waarom is het zo donker. Uren verstreken en ik werd moe, had honger en dorst, ik kon niet weg,dus dat lot accepteerde ik uiteindelijk.
Ik weet niet hoe lang ik opgesloten heb gezeten, maar plots hoorde ik stemmen. Het zonlicht deed pijn aan mijn oogjes. Ik hoorde kreten van " hoe durven ze, je zomaar in een krat te steken en te dumpen".
Maar dat was toen, het is nu.... ze hebben me opgenomen weet je. Ik woon nu tijdelijk bij barmhartige grote mensen en nog negen vrienden.
In begin begreep ik hen niet zo goed, want ze zouden mijn eten eens stelen, no way! Ik laat duidelijk merken wanneer ze te ver gaan, want de druivenboerin schuilt nog diep in me. Maar dat vat heb ik niet meer nodig, ik merk dat trappelen op mensen zoveel leuker is: ik trappel, kneed en dan gaat mijn motor aan.
Ik wil die enge donkere ruimte niet meer, ben enorme zwaan kleef aan geworden. Ik volg je, ik draai rondjes om je, wil heel dichtbij je zijn. Ze roepen blijkbaar dat ik de liefste kat ooit ben. Ik trappel al als je naar me kijkt.
Het woord krat wil ik nooit meer horen, geef mij maar een paar grote wezens waar ik achteraan kan hobbelen en met mijn getrainde druivenvoetjes op schoot kan kneden.
Zo, het interview is gedaan het wordt tijd om jullie te tonen wat ik bedoel. Kom es hier.