Lucifer
Over Lucifer
Deze kater viel steeds om bij het lopen en had zijn kopje scheef staan.
Lucifer, onze tijger.
Ik begin mijn verhaal met een vervelend gevoel. Ik weet namelijk dat het heel moeilijk zal zijn om mijn Lucifer “warm”aan te bevelen.
Hij werd in coma bij de arts binnen gebracht en leek een lieve rode kater te zijn. De dierenarts behandelde schock en uitdroging. In zijn oor zat een poliep die doorgegroeid was naar zijn middenoor. Dat zag er niet goed uit voor deze jongen. Na een infuus en pijnstiller kwam onze lieve rode kater bij uit zijn coma en bleek niet zo lief te zijn als gedacht. Een echte tijger, niet benaderbaar, blazen en slaan. Dat infuus haalde hij zelf wel eruit, daar had hij de arts niet voor nodig en verder geen kapsones meer aan zijn lijf. De arts was hier niet blij mee want hij was nog niet goed onderzocht.
Toen kwam het telefoontje, ik moest deze tijger ophalen. Ik had niet geleerd voor dompteur en ik zweette peentjes bij het idee dat hij mij zou bespringen!!
Daar zat je dan in het hoekje van de kooi. Oren plat, rood en grommen als een tijger. Maar jongen je oogjes stonden niet vals maar bang. Dat verandert de zaak. Je werd met een vreselijke vangstok in het reismandje gezet en thuis liet ik je los in een grote bench waar je direkt in een veilig overdekt mandje weg kroop. Je kreeg pijnstiller en medicijnen om de druk in je hoofd weg te halen. Je hoofd stond erg scheef en je schommelde bij het lopen. Met snel draaien viel je om. Je hele evenwicht was aangetast. Geen wonder dat je gromt, je kunt jezelf niet beschermen! Wat heb je moeten afzien daar buiten.
Ooit ben je gevangen geweest in een vangaktie en gecastreerd, want je hebt een gaatje in je oor als teken dat je al gecastreerd bent. Als je een huisje gehad hebt dan is dat al een lange tijd geleden geweest.
Vanuit zijn korfje keek je mij aan met grote angstogen. Ik wist toen dat er achter die angst ogen, diep verborgen nog een kitten zit dat graag aangehaald wil worden. Maar het zou een lange weg worden om deze te vinden.
Lucifer at goed maar nooit als ik erbij was. In het begin bewoog hij nog niet eens met zijn scheef kopje als ik in de buurt was en volgde hij mij alleen maar met zijn ogen. Stiekem keek ik vanuit een raampje en dan zag ik hem waggelen en omvallen, zo zielig.
Ik mocht niet te kort bij hem komen want dan blies hij en zetten zijn nagels in mijn arm. Dat zou nog een klus worden. Maar ik moest ook erg lachen als hij al grommende snel zijn vleesje at. Knap hoor dat doet niemand je na vriend.
Ik maakte een plan, kleine baby stapjes. Oogjes knipperen, veel praten, lekkere hapjes. IJskast werd geplunderd om uit te zoeken wat hij lekker vindt zodat hij zijn angst overwint. Geen kip maar wel ham. Doe maar exclusief!
Met lekkere hapjes lokte ik hem uit zijn mandje. Hij gromde steeds want hij wist niet meer dat hij ook kan miauwen. Dat heeft hij buiten nooit gebruikt, laat staan spinnen.
Nadat ik zijn vertrouwen gewonnen had, zette ik de bench open en kon hij in het kamertje rondlopen. Eruit kwam hij als ik er niet bij was en als ik binnen kwam en hij zat buiten zijn benche dan tolde hij terug zijn benche in, zo snel dat hij omviel.
Na een tijd mocht ik hem aanraken. Hij schrok ervan, ik zag dat hij niet wist wat hij hiermee moest, maar ergens het nog wist dat het toch ooit lekker was. Maar ook ik schrik vaak nog van zijn harde onbehouwen kopjes geven. Hij blijft onverwacht met zijn bewegingen omdat hij ze nog niet helemaal goed kan coördineren. Hij blaast terwijl hij eigenlijk wil miauwen, weet nog niet goed hoe het in elkaar zat. Maar iedere dag een beetje beter. Hij bepaalt het tempo.
Op dit moment komt hij naar me toe als ik wat lekkers heb en dan weet hij soms niet of hij het hapje moet pakken of een kopje moet geven, dat is erg grappig. Tussendoor is hij nog naar de arts geweest om zijn oor te laten controleren, chippen en enten. Zijn oor ziet er goed uit, maar zijn trommelvlies zal beschadigd blijven. Zijn coördinatie gaat steeds beter, maar hij zal altijd wat vreemd blijven lopen met een beetje scheef hoofdje.
Hij heeft goede en slechte dagen, dan vindt hij mij aardig maar wilt dan niet geaaid worden. Duidelijk toch?
Al met al gaat hij vooruit, langzaam maar vooruit. Hij heeft een slecht leven gehad. Heeft recht op verzorging, bescherming en liefde. Als die liefde betekent dat hij alleen maar gezellig rond loopt maar niet geaaid wil worden, dan moet dat de soort liefde zijn waar hij recht op heeft en ook krijgen moet. Met andere katten heeft hij geen problemen mits deze hem niet uitdagen, want hij voelt heel goed hoe kwetsbaar hij is door zijn beperkte bewegingen.
Het is een lieverd die je zijn eigen tempo moet laten bepalen, zorgen dat hij beschermd kan wonen. Kan zich zelf buiten niet meer in leven houden.
Ik weet dat de kans op plaatsing zeer, zeer klein is. Hij is niet volmaakt, voldoet niet aan onze standaard eisen. Maar is het zijn schuld dat hij als een klein rood pluizig bolletje wol buiten aan zijn lot is over gelaten?
Welke echte katten kenner geeft deze jongen een kans op nog een goed leven zonder angst een toekomst vol liefde, liefde op de manier die hij bepaalt en niet wij zijn baasjes.
Liefs, zijn dompteur in opleiding.