Ouray
Over Ouray
Dag lieve Ouray,
Nu ben je dan eindelijk naar een eigen baasje, maar wat ben je lang hier geweest en wat hebben we in die tijd samen toch veel meegemaakt.
Op een mooie zomerdag in juli kwam je bij ons, een klein zwart bolletje kat, met een paar witte haartjes in je halsje. Mensen hadden je gewoon gedumpt bij de dierenspeciaalzaak in Maasmechelen. Je was toen ongeveer zes weekjes oud en o zo bang omdat je hele veilige vroegere leventje zomaar overhoop gegooid was. Gelukkig vond je hier wel wat vriendjes. Nikos en Nessy waren dan wel al een maatje groter dan jij, maar met Ouzo kon je prima overweg en dankzij Ouzootje leerde jij ons een beetje vertrouwen. Helaas werd Ouzo toen heel erg ziek en raakte jij zomaar alweer je maatje kwijt. Daarna werd je zelf ook nog heel ziek, maar gelukkig konden dokter Brecht en dokter Ramon je weer beter maken en knapte je toch ook weer helemaal op.
En daarna ging je lekker groeien, spelen en stoeien met Nikos en Nessy en met Bebica. Samen speelden jullie heerlijk in de veilige buitenren, tussen de struiken en in de bomen op zoek naar verstopplaatsjes. En eten. vreten was het wel, wat jij deed. De kleinste, die het meeste naar binnenwerkte, geen enkel verlaten etensbakje met een restje was veilig voor je.
Maar plots kon je niet meer lopen. Wat was er gebeurd? Was je nu gevallen of ergens met je pootje in blijven haken? Je kon het niet vertellen, maar je maakte wel duidelijk dat je heel veel pijn had. Weer moest je naar dokter Brecht, waar je een nachtje mocht blijven slapen. Gelukkig had je niets gebroken, maar je moest wel een weekje rust houden en binnenblijven en dat vond je helemaal niet leuk. Wat was je dan blij als je vriendjes en ook de grote katers weer binnen kwamen. Heerlijk vond je het dan om tegen iedereen aan te schurken als enthousiaste begroeting.
Voor vreemde mensen was je altijd nog bang. Je bleef een echt angsthaasje, dat zelfs de vlucht nam als er een telefoon rinkelde. Alleen bij mij kwam je 's avonds op de bank altijd wel op schoot liggen om lekker gekroeld te worden. Als het etenstijd werd, was jij haantje de voorste.
Nu woon je bij het gezin van Daisy in Maaseik. En daar is een wat ouder vriendje voor je, Charlie. Ook bij Daisy ben je altijd nog wat bangig, maar vanaf het moment dat zij ons vertelde, dat jij zat te wachten tot Charlie terugwas van buitenspelen en dat jij je dan heerlijk tegen hem aan schurkte als begroeting, weet ik dat het helemaal goed komt met jou. Je hebt je gouden mandje gevonden.
Lieve Ouray, onze 'zwarte pijl', word daar maar een heerlijke grote en gezonde knul. We wensen je een heel gelukkig leventje toe.
Veel liefs van je opvangmama Ilse en opvangpapa Martin, van Guido, en natuurlijk ook van Tommie, Sunny, AzraÎl, BebÌca en je medeopvangertjes Nikos en Nessy.