Kattenpraat
20 februari 2021
Zwerfkat in nood
Narel is nu een echt engeltje geworden Mijn lieve jongen, mijn kleine dappere baby. Wat hield en hou ik van je. Het leven is niet altijd eerlijk en ze hebben jou geen voorsprong gegeven. Jij was samen met je broers en zusje prematuur. Mama kon en wilde niet voor jullie zorgen, waarschijnlijk voelde ze het al. Zij had ook geen melk voor jullie. Daarom kwamen jullie naar mij. Jouw broer en zus waren zo zwak, zij stierven al na enkele dagen. Maar jij, jij. Jij was een sterke beer in een heel klein lijfje. Ik droeg je op handen, alhoewel je de meeste tijd van jouw leventje in de couveuse doorbracht. Je was nog maar 2 uurtjes oud, zo verweesd, teer en hulpeloos. Je kon niks. Je kon je hoofdje niet opheffen, geen geluidjes maken, niet kruipen, niet drinken. Ik hielp je. Na een aantal dagen kwam er sprankel in je lijfje, Je bewoog, zocht en snuffelde in het rond. Je kreeg een flesje waar je zalig van dronk. Ik was in de wolken. Na elke voeding maakten we een wandeling door de kamer, met je snoetje in mijn hals, een zorgzaam dekentje over je heen, mijn warme hand strelend over je lijfje. Een zacht gespin ontsnapte uit je keeltje. Wauw... Dat waren mooie dagen. Maar het ging mis. Je kreeg niesziekte en ademnood. Je kreeg een druppeltje van dit, een snufje van dat, een aerosol in de couveuse en extra vitamientjes. Maar het virus raasde door jouw lijfje en was niet van plan in te leveren. Een vuurspuwende draak die alles om zich heen kapot maakte. Daar was jouw tere lijfje niet tegen bestand, daar was niet tegen te vechten. In tranen fluisterde ik zachtjes 'het spijt me'. We hebben elkaar nooit in de ogen mogen kijken, jouw oogjes bleven voor altijd gesloten. Je was al een engeltje, maar nu mag je echt loslaten. Je mag naar je familie. Ik hou van je Narel, engel van de winter. Kusje van jouw verdrietige opvangmama.